











Volgens Pierre Galet (‘Cépages et vignobles de France’) is de savagnin rose identiek aan de traminer die tot eind 19e eeuw op ruime schaal stond aangeplant in de Elzas. Rond 1850 werd die vervangen door de gewurztraminer, de aromatische variant van de traminer, behalve in de omgeving van Heiligenstein waar hij zich onder de naam klevener de Heiligenstein wist te handhaven. De herkomst van de traminer blijft een raadsel. Historici en ampelografen houden er uiteenlopende theses op na.
Zijn zeer oude origine wordt vanaf 1500 bevestigd door ampelografische werken uit Duitsland. Volgens sommige auteurs zou de traminer afstammen van een Grieks ras, volgens andere zou hij uit Italië komen. Ook Tirol wordt genoemd. Aangetoond is dat de traminer lange tijd geteeld is langs de Boven Rijn en in de Pfalz voorat hij daar opgegeven werd. Hieronymus Bock verwijst in zijn ‘Kräuterbuch´(1551) naar traminer (of savagnin rose) in de Elzas en de kleber in de omgeving van Wissembourg.
In 1742 worden Heiligenstein - fel verdedigd door burgemeester Ehrhard Wantz – en de drie buurdorpen geconfronteerd met een langdurig proces over het eigendom van de gronden die bekend staan als Auboden. In aansluiting hierop geeft het schepencollege van Straatsburg aan Heiligenstein toestemming om klevener aan te planten in de eigen wijngaarden van de stad. In zijn werk ‘Notices historiques et topographiques sur les vignes et vins d’Alsace’ (1828) onderscheidt Jean-Louis Stolz verschillende traminers in de Elzas : de feurigrothe (of edelklevener) en de blassrothe (rode klevener). In zijn ‘Ampélographie Rhénane’ (1852) maakt hij melding van de teelt van roth-klaevener in Heiligenstein, Gertwiller, Goxwiller en Mittelbergheim. Een decreet van 30 juni 1971 definieert de regionale subappellation Klevener de Heiligenstein. Het decreet is aangevuld door dat van 4 februari 1997 dat de grenzen van de productiezone heeft vastgelegd. Zodoende hebben alleen wijnen van de savagnin rose uit percelen in de gemeenten Bourgheim, Gertwiller, Goxwiller, Heiligenstein en Obernai recht op de appellation d’origine contrôlée Vin d’Alsace of Alsace gevolgd door de woorden Klevener de Heiligenstein.
![]()
Kleur :
Schitterend, met goudgele reflexen.
Geur :
Rijk aromatisch palet, fluwelig en discreet met exotisch fruit (lychee), wit fruit (appel), citrusfruit en noten (hazelnoot, bittere amandel), evenals plantaardige aroma’s (vers gras, hooi). Ook zijn minerale tonen waar te nemen (vuursteen, kalk), boter, honing, specerijen en bloemen.
Smaak :
Rond en fruitig, zacht en floraal met fiijne zuren. Wint bij rijping aan bouquet.
![]()
In gastronomisch opzicht is het heel goed mogelijk om een hele maaltijd lang alleen maar Klevener te schenken, met voor het dessert een mooi gerijpte wijn uit een groot jaar. Van aperitief tot en met dessert, via vis, exotische gerechten en kaas, Klevener de Heiligenstein is een echte eetwijn.
![]()
De klevener is synoniem met de savagnin rose, de roze en niet-aromatische variant van de savagnin blanc B.
Blad :
Groot, met blaasjes en reliëf. Sinus in liervorm. Hoekige tanden.
Tros :
Klein met kleine druifjes.
Druif :
Blauwachtig rood.
![]()
Het gedrag van de savagnin rose heeft veel weg van dat van de gewurztraminer, hoewel hij minder gevoelig lijkt te zijn voor bloesemuitval (coulure). De productiezone is beperkt tot het lieu-dit Au bij het dorp Heiligenstein. De bodem ervan is samengesteld uit grote kiezelstenen, zand en klei. Dit terroir ligt op het zuiden en zuidwesten, op een hoogte tussen 200 en 300 meter. De droge en vrij arme bodem met klei en zand zorgt voor een natuurlijke beperking in opbrengst van de klevener.