







Pinot blanc, ook wel klevner genoemd (niet te verwarren met de klevener de Heiligenstein die verwant is met de savagnin rose), is de witte versie van de pinot noir. Pas tijdens het congres van Chalons in 1896 is er onderscheid gemaakt tussen dit ras en de chardonnay. Het gaat om de witte variant van de pinot noir die in 1895 door Pulliat werd waargenomen in Chassagne-Montrachet en in 1896 door Durand in Nuits-Saint-Georges. Pinot blanc en auxerrois (auxerrois de Laquenexy) worden vaak samen als pinot blanc of pinot aangeduid. Heel vaak dient hij als druif voor de basiswijn van Crémant d’Alsace.
![]()
Kleur :
Bleekgeel met wat groene reflexen, helder en schitterend.
Geur :
Fris met bescheiden fruitigheid, nuances van perzik, appel en florale toetsen. Zonder overdadig te zijn brengt hij de primaire aroma’s perfect tot uitdrukking.
Smaak :
Pinot Blanc is een wijn die zich snel geeft. Aangenaam en zacht als hij is met een doorsnee zuurgraad, vertegenwoordigt hij het gulden midden binnen het gamma Alsacewijnen.
![]()
Pinot Blanc past even goed bij voor- als hoofdgerechten. Hij sluit aan bij allerhande eenvoudige bereidingen met vis, wit vlees, gevogelte of eiergerechten (eieren uit het pannetje, omelet, quiche). Ook past hij goed bij zachte kazen als crème de gruyère of verse carré.
![]()
Men onderscheidt meerdere varianten van dit druivenras, de echte pinot Blanc, de vroegrijpende Pinot Blanc, in de Elzas, de Pinot Blanc d’Alsace (of grote Pinot Blanc) die is geselecteerd door Oberlin.
Blad :
Donkergroen, egaal, met drie of vijf lobben.
Tros :
Klein tot middeldgroot, cylindrisch, compact.
Druif :
Klein en rond of licht ovaal.
![]()
Pinot blanc is een druif met behoorlijk veel groeikracht en een regelmatige opbrengst. Hij gedijt op diepe, warme bodems, al dan niet met stenen erin, en is goed bestand tegen de kou.