






Sylvaner wordt van oudsher geteeld in de Elzas. Hij stamt waarschijnlijk uit Oostenrijk en verbreidde zich van daar uit over heel Centraal-Europa tot Rusland, Australië en Californië aan toe. Soms wordt vanwege de etymologische overeenkomst ook Transsylvanië genoemd als bakermat van deze druif.
![]()
Kleur :
Helder met groene reflexen die de karakteristieke frisheid van de wijn onderstrepen.
Geur :
Fris en licht met discreet fruitige en florale aroma’s: citrusvruchten, witte bloemen, vers gemaaid gras.
Smaak :
De smaak is soepel en aangenaam met een dorstlessende frisheid.
![]()
Sylvaner is met zijn lichte en delicate karakter een goede begeleider van alle mogelijke schelpdieren (oesters, kokkels, venusschelpen etc.), maar eveneens van vis en vleeswaren. Ook kan hij simpelweg als dorstlesser gedronken worden. Het is daarmee een echte zomerwijn.
![]()
Blad :
Cirkelvormig, glad of met lichte blaasjes. Grote, spitse tanden.
Tros :
Middelgroot, cylindrisch of cylindrisch-konisch, compact.
Druif :
Rond, middelgroot, groen met bruine spikkels dat goudgeel wordt
![]()
Sylvaner gedijt vooral op lichte zand- en kiezelbodems. In sommige terroirs produceert hij wijnen met zeer grote finesse. Het is een ras dat een regelmatige opbrengst garandeert, ook al is het gevoelig voor nachtvorst in de winter en het voorjaar.