Net als de streek zelf kent de wijnbouw in de Elzas een rijke en bewogen historie.
Zijn geogafische ligging op het kruispunt van afwisselend Germaanse en Romaanse invloeden vertelt ook een geschiedenis:
De door de Romeinen geïntroduceerde wijnbouw kwam tot bloei ten tijde van de Merovingers en Karolingers, zeer grote liefhebbers van de ‘versterkende en vrolijkmakende wijn’. Nog voor het einde van het eerste millennium werd al op 160 plaatsen wijn verbouwd. Tijdens de Middeleeuwen behoorde Alsacewijnen tot de meest prestigieuze van Europa.
De wijnbouw bereikte zijn hoogtepunt in de 16e eeuw, maar deze welvaartsperiode werd wreed verstoord door de Dertigjarige Oorlog. De regio was onderhevig aan plunderingen en natuurrampen, de bevolking dunde uit en de handelsactiviteiten liepen drastisch terug. Als de wijnboeren na de Eerste Wereldoorlog een beleid gaan voeren dat meer gericht is op kwaliteit, bloeit de wijnbouw weer op. Vanaf dan worden er alleen nog wijnen geproduceerd die uitsluitend zijn samengesteld uit geselecteerde druivenrassen.
Vanaf 1945 gaat men nog een stapje verder door het afbakenen van het aantal productiegebieden en het vaststellen van strenge voorwaarden voor productie en vinificatie. Uiteindelijk worden de inspanningen beloond door het instellen van de Appellation d’Origine Contrôlée Alsace in 1962, Alsace Grand Cru in 1975 en Crémant d’Alsace in 1976.
Vandaag de dag werken producenten en handelaars, samengebracht in het CIVA, samen aan het prestige van Alsacewijn in de wereld.




