


De aanplant geschiedt met de hand of machinaal, afhankelijk van de ligging van het perceel. Dit gebeurt in de periode van half maart tot half mei en hangt af van de conditie van de grond. Bij voorkeur moet deze in de diepte heel weinig vocht bevatten en ook aan de oppervlakte droog zijn. Het pootgoed bestaat uit aan elkaar vastgegroeide enten: het ene deel is de wortelstok die in de grond wordt gestoken en het andere deel is de ent die de variëteit van de druif bepaalt. Deze twee plantdelen worden machinaal geënt en in een warme ruimte geplaatst, zodat ze aan elkaar vast kunnen groeien; vervolgens vormen zich weefsel en wortels. Daarna wordt de plant gedurende een jaar in de kwekerij in de aarde geplant voordat hij wordt verkocht.