Wijnen op basis van biologische teelt

Introductie tot beredeneerde
en biologische wijnbouw in de Elzas

Het merendeel van de ziektes die de druivenstok bedreigen, is in de tweede helft van de 19e eeuw van over de oceaan Europa binnengekomen. Om deze ziektes te bestrijden heeft men al heel snel de werkzaamheid kunnen aantonen van enkele klassieke middelen zoals kopersulfaat (in de vorm van ‘Bordeauxse pap’) tegen peronospera en zwavel tegen oïdium.

In de 20e eeuw werd binnen alle domeinen van menselijke activiteit iedere vorm van technische of technologische ontwikkeling vereenzelvigd met vooruitgang. In de wijnbouw werd daarom iedere ontwikkeling op het vlak van plantenteelt of bestrijding van ziektes per definitie als gunstig beschouwd. Rond de eeuwwisseling is echter twijfel gerezen en wordt niet elke vernieuwing meer per se als een vooruitgang gezien. Dit geldt voor de landbouw in het algemeen en voor de wijnbouw in het bijzonder. Men erft niet langer de grond van zijn ouders, maar men laat er een stempel op na voor de kinderen! Met deze nieuwe filosofie heeft het concept van de duurzame land- of wijnbouw zijn intrede gedaan. Bezorgdheid om de gezondheid van de consument en om het behoud van de leefomgeving voor komende generaties is een maatschappelijke prioriteit geworden.

Al naar gelang zijn gevoeligheid of mate van expertise kan de wijnboer kiezen uit diverse strategieën: die van de ‘beredeneerde wijnbouw’, die van de ‘geïntegreerde wijnbouw’ of die van de ‘biologische landbouw’ met zijn ‘biodynamische’ variant.