Geschiedenis, regels en tradities

Korte geschiedenis

De oorsprong van de Confrérie Saint-Étienne d’Alsace gaat terug tot in de 14e eeuw. Elk jaar op 26 december, de naamdag van Sint Stefanus, kwam het gezelschap van notabelen van Ammerschwihr (vlakbij Colmar) bijeen voor een jaarlijks feest. Een van hun belangrijkste taken was om de kwaliteit van de wijnen van het stadje nauwlettend in de gaten te houden. De pracht en praal waarmee dit evenement werd omgeven, was zodanig dat de bevolking al spoedig de gewoonte had om het gezelschap de ‘Broederschap Sint Stefanus’ ‘te noemen.

De Confrérie Saint-Étienne wordt tegenwoordig beschouwd als één van de oudste van Frankrijk. Zo dateert het huishoudelijk reglement, dat nog steeds van kracht is, uit 1561!

Na een lange, succesvolle periode leidde de Confrérie na de Franse revolutie een kwijnend bestaan totdat zij in 1848 werd opgeheven. Op aandringen van een groep wijnboeren en vrienden van Alsacewijnen én onder de bezielende leiding van Joseph Dreyer werd de Confrérie in 1947 in de huidige vorm heropgericht. Het doel: de Alsacewijnen onder de aandacht te brengen.

In 1973 vestigde de Confrérie haar zetel in het kasteel van Kientzheim bij Kaysersberg, dat gebouwd werd in 1563 door baron Lazarus von Schwendi, generaal in keizerlijke dienst en groot wijnkenner. Het kasteel werd door verschillende families bewoond, waaronder generaal Monclar, Georges-André de Golbéry en later de familie Castex, die het in 1973 afstond aan de Confrérie Saint-Étienne.

Sinds die tijd is het kasteel van binnen behoorlijk verbouwd en is een schitterende kelder ingericht waarin meer dan 60.000 flessen zijn opgeslagen: de beroemde vinotheek van de Confrérie waarvan de oudste wijnen teruggaan tot 1834.

Regels en tradities

Voor hen die willen doordringen tot de geest van de Leden van de Confrérie Saint-Étienne, is artikel 1 van het reglement veelzeggend:

‘Niemand kan Confrère de Saint-Étienne zijn als hij niet van vreugde, lekker eten en Alsacewijnen houdt. Echter, de toelating zal pas plaatsvinden op advies van een bevoegd lid en na akkoord van de Hoge Raad. Deze zal de kandidaat bovendien aan het wijntoelatingsexamen onderwerpen….’ De Confrérie Saint-Étienne verenigt zo alle vrienden van de streek, van zijn wijnen en van zijn gastronomie.

De Confrérie bestaat uit mannelijke en vrouwelijke leden van verschillende rangen die herkenbaar zijn aan hun lint waarop een medaille en een vaatje zijn bevestigd: de Leerlingen (azuurblauw lint), Gezellen (scharlaken rood lint) en Meesters (groen lint). Men treedt tot de verschillende rangen toe na steeds moeilijkere wijnexamens af te leggen die tijdens de plechtige Chapitres worden gehouden. Er moet één jaar tussen iedere rang zitten.

Er zijn speciale rangen voor vakmensen: Wijnboeren (goud met rood lint) en Seneschalk (wit met gouden lint, voor gastronomische beroepen).

Door de Hoge Raad uitverkoren mannen of vrouwen kunnen bovendien de onderscheiding Oenofiel of Gastronomisch Lid (paars lint) en Erelid (groen met rood lint) krijgen.

De Confrérie wordt voorgezeten door de Grootmeester, gekozen voor één enkel mandaat van één jaar en wordt bestuurd door de Hoge Raad (opengesteld voor vrouwen sinds 1997). De penningmeester is de Kanselier-Ontvanger, bijgestaan door de algemeen Gedelegeerde. De Opperkamerheer organiseert de huldigingen en ziet met de Ceremoniemeester toe op het ritueel. De Opperstafdrager zorgt ervoor dat er bij de bijeenkomsten orde heerst, de Inschenker schenkt zijn collega’s de wijnen in die door de Meester van de Vinotheek worden bewaard en de Heraut spreekt de traditionele plechtige redevoering uit.

Een Jongerenraad, telkens voor één jaar voorgezeten door de Commandant, verenigt de mannelijke en vrouwelijke aspirant-leden van onder de 40 jaar in de Hoge Raad: zij werken actief mee aan de activiteiten van de Confrérie en zijn speciaal belast met het onderhoud van de vinotheek.